Jan 1 Keldermans - Van Mansdale

 

Mechelen GebouwOver de herkomst van de naam schreef de Antwerpse genealoog Valckenisse indertijd dat hij "van hoogduytschen afkomst"was.Anderen daarentegen beweerden dat dit een legende was öm een nederige afkomst enigszins bij te schaven".
Als oudste naamdrager vinden we Jan van Mansdale (1345-1425).gehuwd met Catharina Pippens.

Hij was steenkapper van beroep en woonde in de tijd dat de toen rijke Nederlandse steden,naar het voorbeeld van de buurlanden,over gingen van de eenvoudige Romaanse stijl naar de kunstvolle Gotische bouwstijl, hetgeen een grote vraag naar bekwame beeldhouwers tot gevolg had.

 Jan uit "Het Kelderken"speelde hier handig op in en levert weldra werk in meerdere Nederlandse steden. Zijn grote doorbraak komt echter pas in 1393, als hij van het mechels stadsbestuur de opdracht krijgt tot het maken van een grafkelder voor de machtige Franco de Mirabello alias de Heer Vranckx van Halen, een zoon van Jan van Halen.

 

De naam Van Mansdale kan men ontleden als "man-van-de-dale", maar de naaste omgeving van onze Jan uit "Het Kelderken" was van mening dat "mans-uit-de -kelder"-beter paste, hetgeen weldra resulteerde in Keldermans. Dat zij niet gelukkig waren met deze bijnaam kunnen we ruim twee eeuwen als een rode draad volgen in de geschiedenis die dit bouwgeslacht gemaakt heeft. Immers, de talrijk bewaarde documenten van hun hand zullen zij steeds blijven ondertekenen met Van Mansdale, al of niet gevolgd door een "verminkt"Keldermans. Zo zien we o.a. Kel,Keller(s),Kellerman of Keld'man.

Gebruik makend van vaders verworven faam,zal de oudste zoon, Jan 2 Van Mansdale(1375-1445),het weer wat verder schoppen. Hij maakt naam als bouwmeester van grote gebouwen,vooral kastelen en kerken. Uit zijn huwelijk met Catharina de Roma werden vier bekwame helpers geboren : Jan 3 en Andries 1,Rombout 1 (glazenier) en mathijs (beeldhouwer). Het zijn vooral Andries en mathijs die zorgen voor een legertje nazaten. Ze worden allen zonder pardon door "Peetvader"voor de keuze gesteld,nl "de bouw of het klooster".

Over zeven generaties of ruim twee eeuwen zullen niet minder dan 17 zogenaamde Keldermansen voor altijd verbonden blijven met de brabantse Gotiek, samen met nog andere kunstenaars uit dezelfde familie, zoals Domein de Waghemaker (bouwmeester) en Dirk Bouts (kunstschilder).
Over het bouwgeslacht Keldermans zijn meerdere werken geschreven .Tentoonstellingen aan hun werk gewijd, werden telkens voorafgegaan door veel opzoekingswerk,vooral in Holland, maar ook in de Vlaamse provincies. Jammer genoeg gebeurde dit nooit in Limburg, alhoewel meedere leden van de stam zich daar in de 16e eeuw vestigden, o.a. in Montenaken,Sint-Triden,Tongeren, Borgitter en Kuringen. Maar het was ook op het einde van deze trobele eeuw, dat de meesten onder hen noodgedwongen naar een andere broodwinning moesten uitkijken.

In het gebin van de 15 de eeuw zullen Jan 2 en zonen zich vestigen op de Tichelrij in mechelen, naast de Dijle. Dit gebeurde niet zomaar, omdat deze stad van groter belang was dan Brussel, maar omdat ze als waterverbinding meer te bieden had en dit was van levensbelang voor het vervoer van zware gebeeldhouwde bouwelementen. Een uniek bewijs hiervan is een brief van Antoon 1 (1440-1515),gericht aan de kerkmeester van Diest bij de bouw van de Sint Sulpitiuskerk aldaar.

 Eerbaren en gemende Vrinden

Ic gebiede mij seer tot uwaert Ende alsoc dij mij gescreven hebbet om u werc, maer dat ic noch heit werc te Brussel hebbe, dwelc nyet en heeft connen ghecomen, omdat water te Volvoorde ghesloten es geweest, ende oec en connen die pilaeren niet wel ghecomen, maer het sal haest ghebetert wesen en sal seer corthelijke bij u comen om te fondere ende God wille. Ende gheeft desen scipper (Ghelyse Hannemans) 4 peters, die ick hem noch sculdigh ben van den lesten reyse dat hij u werc brachte, ghy selt er mij betalinghe mede doen.
In oerconde mijns handtheykens Ons Here sij met u allen.
Gescreven te Mechelen XI daghen Aprillis (1485).
Mansdale, bij uwen dienaar Anthonis Keld'mans, altijt bereet.

Het was Rombout II (1460-1531), zoon van Antoon I, die het meest bekend zou worden. Hij volgt zijn jong gestorven broer Antoon II op als opperbouwmeester der nederlanden en wordt bij deze gelegenheid (1515) door keizer Karel in de adelstand verheven.
Eigenaardig genoeg zal deze Rombout II zich het minst ergeren aan zijn bijnaam,want al zijn docomenten zal hij ondertekenen met Keldermans. Zijn nakomelingen echter zien het weer anders. Zij zullen nu eens en voor goed korte metten maken met die vervelende bijnaam. 

Door de ijverige zorgen van zijn zoon- in Antwerpen uitsluitend schepen Antoon Keldermans genoemd- krijgt Rombout II zijn laatste rustplaats in de Onze Lieve Vrouwekerk. Op de arduinen grafsteen kon men lezen :
"Hier leet begraven Joncker Rombout Van Mansdale, sterft 1531 den 15 Xber ende Barbara van Baeren, sijne huysvrouw, sterft 1547 den 24 Junij."
Daaronder staat in moderne letters geschreven"

"Hier leet begraven Heer en Meester Antheunis Van Mansdale, Oudt Scepene deser stadt, die sterft den 5 8ber 1583 dende Jouffrouw Joanna Van Houtte syn huysvrouw steft den 7 Augusti 1583.
Deze steen bleef gespaard tot in 1798 en waarom hij toen weggenomen is blijft een raadsel. Het gebeurde zeker niet om plaats te maken voor een ander graf, vermits Jozef II reeds in 1784 het begraven in krken had verboden, dit omwille van de "permanente en onhoudbare stank". Momenteel worden alle skeletten on der kerkvloer opgegraven en een andere bestemming krijgen.